De kosten die u ziet
- Energie en water. Wassen en vooral drogen vragen veel stroom, gas en water.
- Wasmiddelen. Zonder nauwkeurige dosering gaat er al snel meer doorheen dan nodig.
- Machines. Aanschaf, onderhoud, reparaties en uiteindelijk vervanging.
De kosten die u niet ziet
- Arbeidsuren. Verzamelen, sorteren, wassen, drogen, vouwen, tellen en wegleggen. Tel de uren van een gewone week eens op.
- Ruimte. De wasruimte en de opslag hadden ook een kamer, een magazijn of een werkplek kunnen zijn.
- Uitval. Bij ziekte, vakantie of een kapotte machine moet er worden geïmproviseerd, vaak tegen hogere kosten.
- Slijtage. Een verkeerde temperatuur of dosering verkort de levensduur van uw linnen.
- Aandacht. Elk uur dat een leidinggevende aan de was besteedt, gaat niet naar gasten of medewerkers.
Zo rekent u het zelf uit
- Houd één maand bij hoeveel uur uw team aan textiel besteedt en vermenigvuldig dat met de loonkosten per uur.
- Tel daar de maandelijkse kosten voor energie, water en wasmiddel bij op.
- Verdeel de aanschaf en het onderhoud van uw machines over hun levensduur.
- Reken de vierkante meters van wasruimte en opslag mee.
- Deel het totaal door het aantal kilo’s of stuks dat u in die maand heeft gewassen.
De uitkomst is uw werkelijke prijs per kilo of per stuk. Dat getal kunt u eerlijk naast een offerte leggen.
En dan?
Soms blijkt zelf wassen de beste keuze. Vaak valt de uitkomst hoger uit dan verwacht, zeker als de drukke weken worden meegeteld. In beide gevallen weet u waar u staat. Lees ook wat het uitbesteden van linnengoed kost en hoe u de afweging maakt tussen zelf wassen of uitbesteden.